Circulariteit, Klimaatneutraliteit

De erfenis van thermohard composiet is inmiddels milieuvriendelijk verwerkt

De meeste recyclingfabrieken die thermohard composiet van onder meer afgedankte windmolenbladen en plezierjachten verwerken, hebben hun langste tijd wel gehad. Na dertig jaar trouwe dienst worden de faciliteiten in de Groningse Eemshaven ontmanteld op even milieuvriendelijke wijze als het composiet al die jaren is gerecycled tot herbruikbare materialen. Nu vraag en aanbod anno 2050 redelijk op elkaar zijn afgestemd, kan worden volstaan met enkele verwerkingsfaciliteiten.

Het recyclen van thermohard composiet materiaal is in de jaren twintig opgepakt door onder meer Decom North, een samenwerkingsverband van kennisinstituten en industriële partijen in de Eemshaven. Aanleiding was de opkomst destijds van de grootschalige windmolenparken op zee en het besef dat windmolenbladen na hun 25-jarige levensduur niet als milieubelastend restproduct mochten overblijven. Thermohard composiet is namelijk als verbinding van glasvezel, koolstofvezel en hars of epoxy ongelooflijk duurzaam en tegelijkertijd amper herbruikbaar gelet op de technische uitdaging om de glas- en koolstofvezels terug te winnen.

Wetenschappelijke partijen waaronder Hogeschool Windesheim ontwikkelden in de jaren twintig een toepasbare technologie waarbij het materiaal werd teruggebracht tot snippers met een lengte van tien keer hun breedte opdat de vezels in het composiet hun sterkte behielden. Een klein percentage nieuwe hars bond de snippers tot een nieuw, sterk materiaal. Het proces was zeer energiezuinig omdat bij het harden van de hars veel warmte vrijkomt. Daardoor was weinig energie nodig voor het proces.

Drie jaar na het eerste experiment werd een proeffabriek geopend. Enkele bedrijven binnen Decom North versnipperden het materiaal en trokken het door een bepaalde matrijs. Het composiet kwam er uit in vormen die geschikt waren om er complete damwanden voor rivierbetimmeringen van te maken of plaatmateriaal voor gevels van huizen. De winstgevende toepassing van de technologie in de industrie werd al snel duidelijk. ‘Grote energiebedrijven raakten al in een vroeg stadium geïnteresseerd in de technologie‘, zegt Margie Topp onderzoeker bij Windesheim dat voortrekker was bij het ontwikkelen en marktrijp maken van de technologie. ‘Zij hadden een oplossing nodig voor toekomstige tonnen aan windturbinebladen. Daardoor nam onze technologie snel een hoge vlucht.

In de jaren twintig stokte de ontwikkeling enige tijd op het vinden van een commerciële partij die de verwerking op industriële schaal wilde oppakken, maar in 2030 draaide de eerste fabriek met productie op industriële schaal. In jaren nadien is de markt stapsgewijs ontwikkeld op basis van certificeringen. Vanwege de water- en vochtbestendigheid van het circulair composiet was eerst vooral sprake van toepassingen in weg- en waterbouw zoals rivierbetimmeringen, drukvaste panelen en huizenbouw niet in de laatste plaats in de tropen waar het materiaal tientallen jaren langer meegaat. Toepassingen voor binnenshuis kwam later op de markt zoals op marmer gelijkend materiaal in badkameromgevingen. Naderhand raakte men in staat om ook meer diverse vormen met het materiaal te maken.

Nederland maakte met het recyclen van vezelversterkte composieten een belangrijke slag in het bereiken van de CO2-doelstellingen. De kers op de taart kwam in 2040 met de erkenning vanuit ‘Brussel’ dat het recyclen van vezelversterkte composieten à la Eemshaven uitriep tot de nieuwe Europese standaard.

Vond je dit interessant?

Deel dit artikel dan met jouw omgeving

De ChemistryNL Times artikelen bevatten verhalen over het onderzoek en de missiegedreven innovaties van vandaag, met een doorkijkje naar 2050.